CSM
bodemkwaliteit

Bodemgeschiktheidsverklaring

Informatie voor inwoners en bedrijven die een bouwvergunning willen aanvragen

Om te beoordelen of de grond geschikt is voor de voorgenomen bebouwing, dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Bij een bouwvergunning wordt bij een positief resultaat van het bodemonderzoek een bodemgeschiktheidsverklaring afgegeven. Deze verklaring geeft aan dat de bodem op een bepaalde locatie is onderzocht en geschikt is bevonden voor een bepaald gebruik of een bepaalde functie. Voorheen heette deze verklaring een ‘schone grond’ verklaring.

Belangrijke noot: in tegenstelling tot de gedachte die bij sommige inwoners leeft, geeft de gemeente geen “schone grond” verklaringen af in het kader van onroerend goed transacties of voor het afvoeren van overtollige grond uit tuinen. Sterker nog: dit soort “schone grond” verklaringen bestaat helemaal niet.
 
Sinds 1992 moet voor de bouw van iedere woning een bodemgeschikheidsverklaring zijn afgegeven.

Aanvraag- / bestelprocedure
Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd volgens de geldende richtlijnen (NEN 5740, strategie VEP-BO) door een daarin gespecialiseerd bedrijf. Het rapport van dit onderzoek dient u in bij de bouwaanvraag. U kunt ook een bestaand rapport dat niet ouder is dan 2 jaar gebruiken.
Het rapport wordt door een bodeminspecteur beoordeeld.
U kunt pas starten met (ver)bouwen als de bodemgeschiktheidsverklaring en de bouwvergunning door de gemeente zijn afgegeven.
Als u een nieuw bedrijfspand gaat bouwen of een bestaand bedrijfspand ingrijpend wilt verbouwen, dient u naast een bouwvergunning ook een melding Wet milieubeheer in te dienen of een milieuvergunning aan te vragen. De bouwvergunning wordt aangehouden tot het er naar uitziet dat de milieuvergunning met behoorlijke zekerheid verleend zal worden.

Kosten
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoek mogelijk, de legeskosten vindt u in de tarieventabel behorende bij de legesverordening.

Afhandeltijd
De beoordeling van een rapport van een bodemonderzoek duurt 4 weken.

Bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude hebben op 17 juli 2007 het bodembeheerplan en de bodemkwaliteitskaart vastgesteld.

Het bodembeheerplan en de bodemkwaliteitskaart maken onderdeel uit van het op 15 maart 2005 door de raad vastgestelde ISV-programma (2005-2009).

Door het vaststellen van deze kaart en het plan kan gebruik worden gemaakt van de Ministeriele Vrijstellingsregeling grondverzet, een vrijstelling op het Bouwstoffenbesluit.

Het bodembeheerplan

Het bodembeheerplan (bbp) geeft regels voor grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (bkk).

De bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart geeft aan wat de gemiddelde kwaliteit van de bodem is. Het totale grondgebied is opgedeeld in zones van vergelijkbare kwaliteit. Ook is onderscheid gemaakt in de kwaliteit van de bovengrond (0 – 100 cm) en de ondergrond (100 – 200 cm). Er komen zones met schone grond (groene zones) en zones met licht verontreinigde grond (gele en oranje zones) voor.

De bodemkwaliteitskaart kan zowel gebruikt worden bij hergebruik van schone als van licht verontreinigde grond. De bodemkwaliteitskaart is vaak voldoende bewijsmiddel (in gele en oranje kwaliteitszones) voor grondverzet.

Grondverzet volgens de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan

Hergebruik van grond volgens het Bouwstoffenbesluit

Sinds 1999 is het hergebruik van grond gebonden aan de regels van het bouwstoffenbesluit (Bsb). Partijen grond moeten volgens dat besluit eerst een keuring ondergaan (partijkeuring volgens het Bsb-protocol). Alleen schone grond mag weer onderdeel uitmaken van de bodem. (Licht) verontreinigde grond mag - net als asfalt of bakstenen – alleen als bouwstof worden gebruikt. Dat wil zeggen dat de grond niet mag mengen met de bodem en weer moet worden weggehaald als het grondwerk zijn functie verliest. Bovendien moet (licht) verontreinigde grond voldoen aan de eisen uit het Bsb van samenstelling en uitloging. Het gaat er dan om dat de bouwstof niet teveel vuil afgeeft (uitloogt) aan de onderliggende (schone) bodem. Toepassing moet gemeld worden en bewijsmiddelen van de grondkwaliteit moeten worden overlegd.

Sterk(er) verontreinigde grond (die niet aan de eisen van samenstelling of uitloging voldoet) mag niet worden toegepast. Daarvoor is stort of reiniging vaak de enige oplossing.

De Vrijstellingsregeling grondverzet

De Vrijstellingsregeling grondverzet (Vg) maakt hergebruik van grond als bodem mogelijk, mits de opgebrachte grond van ‘vergelijkbare kwaliteit’ is als de ontvangende bodem. Er mag dus nooit een slechtere kwaliteit grond worden opgebracht. In de Vg is geregeld dat gemeenten een zogenaamde bodemkwaliteitskaart moeten opstellen, waaruit de kwaliteit van de bodem kan worden afgelezen. Tot de bodemkwaliteitskaart behoort ook een bodembeheerplan met regels voor het grondverzet.

Regels bij grondverzet

Bij de bodemkwaliteitskaart hoort een bodembeheerplan, waarin alle regels voor het grondverzet zijn opgenomen:

-        voor het grondverzet geldt de hoofdregel dat schone grond (groene zones) in elke zone mag worden toegepast

-        licht verontreinigde grond (gele zones) mag alleen in licht verontreinigde zones worden toegepast

-        licht verontreinigde grond uit oranje zones mag niet zonder meer worden toegepast

-        grond uit licht verontreinigde (gele) zones toepassen in schone (groene) zones kan alleen als uit (aanvullend) bodemonderzoek blijkt dat die grond uit de licht verontreinigde zone toch schoon is.

-        alle grondverzet moet gemeld worden. Uiterlijk vijf werkdagen voor toepassing moet het werk schriftelijk gemeld worden bij de gemeente.

Uitzondering 1: Verdachte en vuile plekken

In de gemeente zijn meerdere zogenaamde ‘vlekken’ met een sterkere verontreiniging aanwezig of plekken waar bodemvervuiling te verwachten valt, zoals bij olietanks, puinlagen e.d. Deze vervuilde of verdachte plekken staan niet aangegeven op de bodemkwaliteitskaart. Grond afkomstig van deze verdachte plekken, of plekken waar afwijkende verontreiniging bekend is, mag echter nooit zomaar op de schop gaan. Op dergelijke plekken blijft altijd onderzoek noodzakelijk. Dit geldt ook voor plekken waarvoor de provincie Noord-Holland een aparte status heeft toegekend (zoals gedeelten van de provinciale ecologische hoofdstructuur of archeologisch waardevolle gebieden). U kunt bij de gemeente informeren naar deze locaties.

Ook grond afkomstig van niet gezoneerde gebieden en van gebieden waarvan geen gegevens over de bodemkwaliteit bekend zijn moet altijd eerst gekeurd worden, omdat de kwaliteit nog niet bekend is. U bent er als eigenaar van een werk zelf voor verantwoordelijk dat er geen sterker verontreinigde grond wordt toegepast.

Daarom moet u altijd een vooronderzoek verrichten. Ook kunt u de gemeente vragen wat zij al weten van de betrokken locaties. Is er sprake van een verdenking, dan kunt u deze door een bodemonderzoek proberen weg te nemen.

Uitzondering 2: grond afkomstig van licht verontreinigde oranje zones

Licht verontreinigde grond komt voor op veel plaatsen in Nederland. Deze staan op de bodemkwaliteitskaart aangegeven als gele en oranje zones. De licht verontreinigde grond uit oranje zones bevat te hoge gehalten waardoor de kans bestaat dat toch verontreiniging boven de normen voor hergebruik aanwezig is. Partijen grond uit de oranje zones moeten eerst gekeurd worden volgens het Bsb-protocol om te zien of ze mogen worden toegepast in andere (licht verontreinigde) zones. De resultaten van deze keuring moeten dan getoetst worden aan de toetsingswaarden van de zone waar de grond toegepast moet worden.

Grond van elders

Soms komt grond uit een andere gemeente. Als die gemeente ook een bodemkwaliteitskaart heeft, is toepassing op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan mogelijk. De grond moet dan wel van vergelijkbare kwaliteit zijn. Daarvoor moet duidelijk zijn in hoeverre voor beide gemeenten een overeenkomstige norm geldt, op basis waarvan vaststelling plaatsvindt van de kwaliteit van de grond. De gemeente beoordeelt of hiervan sprake is. Is er geen bodemkwaliteitskaart, of is sprake van een bijzondere situatie, zoals een (verdenking van een) lokale verontreiniging, dan moet de toe te passen partij eerst gekeurd worden volgens het Bsb-protocol. Vervolgens wordt weer gekeken of de grond van vergelijkbare kwaliteit is.

Strikte handhaving

De gemeente ziet streng toe op naleving van de regels rond grondverzet. Regelmatig worden controles uitgevoerd om te zien of alle grondverzet wel volgens de regels gemeld wordt en of de meldingen overeenstemmen met de praktijk. Bij de handhaving van de regels rond grondverzet wordt nauw samengewerkt met andere handhavers, zoals de politie.

Wat moet u doen?

-        neem contact op met de gemeente om te bepalen of de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan voor het gebied van herkomst en van toepassing geldig is

-        doe vooronderzoek naar afwijkende verontreinigingen of verdenkingen (verdenkingen eventueel onderzoeken)

-        kijk of er nog speciale regels gelden (zoals gebieden met een door de provincie toegekende aparte status)

-        laat zonodig een partijkeuring volgens het Bsb-protocol uitvoeren (voor grond uit oranje gebieden)

-        dien uiterlijk vijf werkdagen voor toepassing een schriftelijke melding in bij de gemeente.

Let op: de eigenaar van de grond blijft verantwoordelijk voor grondverzet volgens de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan.

Voor meer informatie kunt u terecht op:

-           het Bodembeheerplan (bbp)
-           de bodemkwaliteitskaart met toelichting van de regio IJmond (bkk)
-           Bodemkwaliteitskaart van Haarlemmerliede en Spaarnwoude mbt de bovengrond (tot  -1 meter mv)

-           Bodemkwaliteitskaart van Haarlemmerliede en Spaarnwoude mbt de ondergrond (van -1 meter tot -2 meter mv)
-           Aardrijkskundige waardenkaart
-           Cultuurhistorische waardenkaart

-           Meldingsformulier grondverzet
-           Provinciale ecologische hoofdstructuur

 

 

makelaarsverzoeken

Makelaars die bodeminformatie wensen, kunnen bij de gemeente een makelaarsverzoek indienen. De gemeente kan makelaars informatie verstrekken over:

  • de aanwezigheid van ondergrondse tanks;
  • eventuele bodembedreigende bedrijfsactiviteiten die op de locatie hebben plaatsgevonden;
  • mogelijk eerder uitgevoerde bodemonderzoeken.

Aanvraag- / bestelprocedure
U kunt per fax een makelaarsverzoek indienen bij de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Uw verzoek moet voorzien zijn van de volgende informatie:

  • adresgegevens van de locatie;
  • indien bekend, de kadastrale gegevens (sectie en perceelnummer);
  • naam en adresgegevens aanvrager;
  • faxnummer aanvrager.

U kunt uw verzoek faxen (020) 497 81 53 naar de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, onder vermelding van ‘ makelaarsverzoek’.

Kosten
Aan het behandelen van een makelaarsverzoek zijn legeskosten verbonden, deze vindt u in de tarieventabel, behorende bij de legesverordening.

Afhandeltijd
U ontvangt binnen 5 werkdagen na binnenkomst van uw verzoek van de gemeente per fax de gevraagde gegevens in concept. De originele brief en factuur voor de legeskosten krijgt u nagestuurd.