CSM
praktijkrichtlijn voor ondergrondse parkeergarages

 

Historie:

Ondergrondse parkeergebouwen bestaan al vele jaren. In Haarlem zijn ook een aantal ondergrondse parkeergebouwen aanwezig van diverse grootte en met diverse bouwlagen. Over de brandveiligheid werd tot 2000 verschillend gedacht. Sinds 2001 is er een landelijke praktijkrichtlijn opgesteld die sinds die tijd in verschillende versies slechts als conceptversie bestaat. Parkeergebouwen die na 2000 her en der in het land zijn gebouwd zijn vrijwel allemaal ingericht volgens één van deze conceptversies van de genoemde praktijkrichtlijn. Ook in Haarlem is inmiddels de eerste parkeergarage opgeleverd volgens deze richtlijn (Appelaar) een 2PeP en 3PeP zijn op dit moment in aanbouw (Raaks P2 en Ripperda).

 

Algemeen: Indien wordt afgeweken van de conform bouwbesluit artikel 2.105 toegestane maximale brandcompartimenteringsgrootte van 1.000m², wordt in Haarlem in grote lijnen de concept praktijkrichtlijn opgesteld door het CCRB/LNB (conceptversie 04 dec. 2002) gevolgd. Bij parkeergebouwen -en met name bij ondergrondse parkeergebouwen- is een veilige repressieve inzet van de brandweer een belangrijke factor in het eisenpakket.

Het scenario van het rekenmodel dient bij ondergrondse parkeergebouwen, in de tijd gezien, kloppend te zijn. Daar waar de tijd-tempofactoren het model niet meer kunnen volgen (vanwege toenemende “inzet”diepte, snellere brandvoortplanting en/of hoger brandvermogen) dient geïnvesteerd te worden in een automatisch blussysteem.

 

Noot !

Indien gekozen wordt voor een indeling van brandcompartimenten groter dan 1.000m² dient de gelijkwaardige oplossing (bijv. toepassen rookbeheerssysteem) in een schriftelijk document VOOR de bouwaanvraag ter goedkeuring aan de brandweer worden overlegd !

 

1.      Hierop zijn de volgende uitzonderingen van toepassing:

 

Brandcompartimentering i.r.t. installaties:

 

brandcompartimenterings-grootte

ventilatie

brandveiligheidsinstallaties

GB

diversen

A < 1.000 mP2P

NEN 1087 (4-voudig)

Bij meer dan één parkeerlaag OAI met handmelders

Nee

Vluchtafstanden afhankelijk bezettingsgraad

1.000 m² < A < 2.500 m²

mechanisch: 10-voudige en geen rookverspreiding over meerdere bouwlagen

BMI volledige bewaking, zonder doormelding AC.

OAI

Ja, zelfs bij B5

Brandmeldinstallatie (BMI):

-          -3m of dieper: BMI met doormelding

(BV art. 2.6.2.)

Schadelijke gassen:

-          A>1.000m² m CO en LPG detectie

(NEN 2443)

2.500 m² < A < 5.000 m²

mechanisch: 10-voudige en geen rookverspreiding over meerdere bouwlagen

BMI volledige bewaking, met doormelding AC.

OAI

Ja

5.000 m² < A < 10.000 m²

(max. 10.000 mP2 P per BC)

Prestatie eis:

-          rook en brand dienen binnen een segment van 5.000m² te blijven en

-          segment na 45 minuten 30 m zichtlengte

BMI volledige bewaking, met doormelding AC.

Brandmeldpaneel met brandlokatie-indicatie.

OAI

Ja

 

 

2.      Ontwerprichtlijnen (globaal) kort samengevat:

 

Aandachtspunten zijn:

 

·         Elk vluchtrappenhuis is tevens aanvalsweg (daalpunt) voor de brandweer.

·         Elk daalpunt heeft een eigen stuk droge blusleiding met een eigen aansluitpunt op het maaiveldniveau en op elke parkeerlaag een aftappunt.

·         Elke drogeblusleiding van een daalpunt dient gevoed te worden door een eigen BBK. Maximaal 2 aansluitpunten op één BBK.

·         Voldoende bluswatercapaciteit. Levering via BBK minimaal 60 m3/h. Bij gelijktijdig gebruik van twee of meer BBK’s op éénzelfde leidingstuk moet levering gegarandeerd zijn.

·         Opstelplaatsen brandweervoertuigen en BBK’s volgens SBR deel B (par. 2.1) of SBR deel C (par. 2.1).

·         Rijloper(s) tot aan de opstelplaats BBK.

·         Compartimenteringsgrenzen: maximaal 10.000 m2 behorende tot één BC bij RWA (i.c.m. stuwdruk) installatie.

·         Aanvalsafstand brandweer vanuit trappenhuis tot object (auto) -tevens loopafstanden vluchtende personen- maximaal 30 meter. Per parkeerlaag maximaal één parkeervak buiten 30 m cirkel.

·         Geen rookverspreiding over meer dan 1 bouw-/parkeerlaag. Bouwkundige scheiding van minimaal 30 min WTRD aanbrengen.

·         Rookverspreiding over de betreffende parkeerlaag binnen gebied (fictief segment) van maximaal 5.000 m2.

·         Ten minste twee uitgangen die onafhankelijk leiden naar het aansluitend terrein en/of de openbare weg (dus ook minimaal 2 plaatsen waar de brandweer een repressie inzet kan plegen)

·         Trappenhuizen

situatie

eisen

vluchttrappenhuis ondergronds tot – 8m

60 min WBDBO (Portaal 2x 30 min WBDBO). Bij A > 5.000 m2 altijd overdruk in trappenhuis

vluchttrappenhuis ondergronds boven – 8m

Altijd trappenhuis en voorportaal, beiden altijd op overdruk. Portaal, dus minimaal 2x 30 min WBDBO (geen 0-60 of 60-0)

vluchttrappenhuis dat de parkeergarage koppelt met een er bovengelegen gebouw

minimaal 1 vluchttrappenhuis van het er boven gelegen gebouw mag niet doorlopen tot in de parkeergarage

 

 

·         Hoofddraagconstructie

type parkeergebouw

diepte t.o.v. aansluitende terrein

eisen m.b.t. weerstand tegen bezwijken hoofddraagconstructie bij brand

eisen m.b.t. weerstand tegen bezwijken draagconstructie vluchtweg bij brand

ondergronds

< 5 m

60 min

30 min

ondergronds

5 m < x < 8 m

90 min

30 min

ondergronds

> 8 m

120 min

30 min

Wanneer er één of meerdere gebouwen bovenop de parkeergarage geplaatst worden is het hoogteverschil tussen laagste parkeervloer en hoogste verblijfsvloer maatgevend voor de WTB hoofddraagconstructie (bijv. ∆h = 7 m , dan WTB = 90 min).

 

·         Plaatsen draagbare blusmiddelen alleen in stallingsgarages (niet openbaar toegankelijk)

·         Droge blusleiding moet bij ieder daalpunt (trappenhuis) toegepast worden.

·         Nood- en transparantverlichting altijd toepassen.

·         Vluchtdeuren rondom voorzien van fotoluminiserende belijning en pictogram.

·         Aanduiding van aansluitpunten droge blusleiding (en eventuele blusmiddelen) voorzien van fotoluminiserend pictogram.

·         Afwerkingsmaterialen: brandvoortplantingsklasse 1, onbrandbare vloer en zichtlengte (5,4 m¹) of brandvoortplantingsklasse 2, vloeren T1 en zichtlengte (2,2 m¹)

·         Om branduitbreiding door plasbranden van lekkende autobrandstof te voorkomen moeten er maatregelen getroffen worden om verspreiding van brandstof (benzine/diesel) over meer dan 3 parkeervakken te voorkomen. Uitvoering in overleg met brandweer.

·         Bij calamiteiten (inwerking treden brandmeldinstallatie) moet er een inrijverbod in werking treden voor de parkeergarage. (slagboom moet in gesloten stand blijven, eventuele stoplichten op rood)

 

Ten aanzien van de brandveiligheidsinstallaties wordt verwezen naar de door NVBR opgestelde brochure brandveiligheidsinstallaties voor meer informatie ten aanzien van uitvoeringseisen, bijbehorende normen e.d.

 

Bij het bepalen van het type brandmelder/rookmelder dient bij parkeergebouwen uitsluitend de 3D/3 punts melder toegepast te worden. Deze melder dient te kunnen meten volgens de volgende pricipes:

-          thermo-maximaal methode

-          thermo-differentiaal methode

-          rookdetectie optisch of ionisatie.

Bij toepassing van een ander systeem dient vooraf aangetoond te worden dat het detectiemoment evenredig snel plaats vindt bij gelijkblijvende proefbrand en dat er brandlokatie-indicatie mogelijk is.

 

 

Bij oplevering van een  parkeergarage groter dan 5000 m2 moet er een rooktest worden gehouden zoals beschreven in het testprotocol “Brandventilatie parkeergarage > 5000 m2”

 

bron voorschriften

Bouwbesluit

1PeP fase + gemeentelijke verordening

Brandveilig gebouw bouwen: zowel open als gesloten parkeergarages

LNB praktijkrichtlijn

Bouwbesluit 2003

stallen v auto’s + gemeentelijke verordening

Bouwbesluit 2003

ondergronds (d>8m vanaf t meetniveau) + gemeentelijke verordening

NEN 2443

Planologie

betreft géén gebouw voor verblijf van personen; alleen eis mbt niet-openbare bluswatervoorziening

geen eisen

functionele eis: optimale controle

optimale bereikbaarheid

betreft géén gebouw voor verblijf van personen; alleen eis mbt niet-openbare bluswatervoorziening

betreft géén gebouw voor verblijf van personen; alleen eis mbt niet-openbare bluswatervoorziening

 

 

 

 

 

 

 

 

Bouwkundig

max BC-grootte = 1000 m²

max BC-grootte = 5000 m²

WAARBIJ open garagers niet als brandcompartimenten worden beschouwd

max BC-grootte oneindig mits mech geventileerd. Wel BC’s zijn techn ruimte > 50m²; stookruimte, opslag brandb stoffen

max. BC-grootte 1.000m² (BB 2.105), BC op 1 perceel (BB 2.105),

BC’s zijn techn ruimte > 50m²; stookruimte, opslag brandb stoffen (BB art. 2.104 + 2.105),

geen BC indien A<1000m² EN q(perm) + q(var)<500 MJ/m² (BB art. 2.104 lid 6),

 of A<50m² en geen opslag brandb stoffen

idem BB2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.13 en afd. 2.14

 

 

WBDBO 60min of 30min (h<5m) + zelfsluitende deur

WBDBO 60min of 30min (h < 5m) + zelfsluitende deur

WBDBO 60min

of 30min (h < 5m en niet ondergronds) + zelfsluitende deur

WBDBO 60min (BB 2.106 lid 1) of 30min (hBgebouwB<5m en 1 perceel) + zelfsluitende deur

idem BB 2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.13 en afd. 2.14

 

 

 

max. loopafstanden 30 meter in RC (verblijfsgebied)

max overbruggen hoogteverschil : 4 meter

max afstand tussen toegang tr.huis en RC 45 meter

max loopafstanden 30 meter in RC

max loopafstanden RC

B1 t/m B3: 30meter

B4: 45 meter

B5: 60 meter

max loopafstanden in verbl.ruimte

B1 t/m B3: 20meter

B4: 30 meter

B5: 40 meter

idem BB 2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.16  en afd. 2.17

 

 

 

 

 

afdeling 2.18 vluchtroutes is niet van toepassing (maw niet belangrijk) conform BB 2003

nu wordt door art. 2.209 lid 2 deze afdeling 2.18 wel aangestuurd: 2 onafhankelijke vl.r.

 

 

 

 

geen rookverspreiding over meerdere bouwlagen (RC=BC)

 

 

 

 

 

 

2 onafhankelijke uitgangen, min 5 meter uit elkaar,

2 onafhankelijke uitgangen, min 5 meter uit elkaar (BB 2.146 lid 12 + 14)

Een BC v 1.000m² dient 2 uitgangen te bezitten (2.148 lid 2)

idem BB 2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.17

 

 

 

WTRD tussen RC min 30min + zelfsluitend

WTRD trappenhuizen (< 8meter) min 30min

WBDBO trappenhuizen (> 8 meter) 60 min

Een BC = RC (BB artikel 2.135 lid 1);

WTRD tussen RC min 30min + zelfsluitend

idem BB 2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.16

 

 

 

 

trappenhuis ondergronds: WBDBO 60 min EN rookportaal WTRD 30 min

Art. 2.158 niet van toepassing conform BB 2003

nu wordt door art. 2.209 lid 2 deze afdeling 2.18 wel aangestuurd: 2 onafhankelijke vl.r.

 

 

 

(nood)uitgangen (min 0,6 x 2.1 m) uitkomend op aansl. terrein

(nood)uitgangen (min 0,6 x 1,9 m) uitkomend op aansl. terrein

(nood)uitgangen (min 0,6 x 1,9 m) (2.154 nvt: uitkomend op aansl. terrein en openbare weg)

nu wordt door art. 2.209 lid 2 deze afdeling 2.18 wel aangestuurd: 2 onafhankelijke vl.r.

 

 

 

 

 

BB art. 2.173 als basis om opvang- en doorstroomcapaciteit te bepalen: uitgangspunten voor berkening zoals ontvluchtingstijd, etc noemen.

idem BB 2003

mate van brandveiligheid zoals beoogd in afd. 2.19

 

 

 

hoofddraagconstructie: afhankelijk hoogte 0min (h<5m) 90min (h> 5m) – 120min (h>13m) of diepte 90min (d<5m) – 120min (d>5m)

hoofddraagconstructie: 60 – 90 – 120 minuten afhankelijk hoogte of diepte en 30 (vl r)

hoofddraagconstructie: afhankelijk hoogte: 0min (h<5m), 90min (h>5m) (art 2.9.4.) en 60min (h>5m & qBpermB < 500 MJ/m²) (art 2.9.6.)

geen eis, afd 2.2. wordt niet aangestuurd

 

 

 

 

Indien koppeling met ander gebouw: één trappenhuis niet door laten lopen tot in parkeergarage

 

 

 

Installatietechniek

 

 

-          > 1.000m² BMI (thermische melders) geen doormelding

-          > 5.000m² (rookmelders) vanaf 2500m² doormelding

-          A>1.000m² BMI geen doormelding

-          h>13m EN A>5.000m² BMI met doormelding

-          d>3m EN A>2.5000m²: BMI met doormelding

(BV 2.6.2.)

idem BB 2003

 

 

 

 

ontruimingsalarminstallatie

-          A>1000m² (dan wordt ook BMI geeist)

-          A<1000m² EN 2 of meer bouwlagen

BV art. 2.6.6.

idem BB 2003

 

 

 

nood- en transparantverlichting bij > 500m²

vluchtwegaanduiding op hoogte en vloerniveau

nv indien rookvrij vl.routes door besloten ruimten

BV art 2.6.9.: vluchtwegaanduidingen. Indien nv dan ook transparant

idem BB 2003

 

 

 

geen BSH

BSH + kleine blusmiddelen

geen eisen bsh

 

 

 

 

droge blusl bij h of d (laag) > 20 meter geen penetratiediepte hor genoemd

droge blusl bij h of d (laag) > 20 meter geen penetratiediepte hor genoemd

droge blusl bij h of d (laag) > 20 meter geen penetratiediepte hor genoemd (BB 2.191 lid 1)

 

 

 

 

brandweerlift h > 20 meter (ondergronds ??); max afsr tot brw lift 90 meter

brandweerlift h > 20 meter (ondergronds ??)

geen eisen brw lift

 

 

 

 

in een gebouw, zoals parkeergebouw, waar opeenhoping van gas kan plaatsvinden dient voldoende ventilatie aanwezig te zijn (bl. 49 toel.)

Indien niet-besloten: aanvoer verse lucht, afvoer rook van min 6.10P-3P m³/s per m³ netto-inhoud ruimte (NEN 1087)

zodanige ventilatie dat zichtlengte van 30 meter (na 45min ?) gerealiseerd wordt

-          ventilatievoud 10 bij gebr opp 1.000 m² – 5.000 m²)

-          > 5000 m² specifieke berekening + aansturing ventilatie door rookmelders (BMI)

Indien niet besloten ruimte: eis op basis van 2.169 tav ventilatiecapiciteit die buitensituatie benaderd

idem BB 2003

 

 

 

 

CO en LPG detectie vanaf 1.000m²

 

 

 

Inventaris

 

 

 

 

gebruikseisen indien gebruiksvergunningsplichtig

 

 

 

 

brandvoortplanting klasse 1, onbrandbare vloer en zichtlengte (5,4 m¹) in parkeergarage zelf

geen van brand gevrijw rookvr vl.route dus klasse 4, T3 en geen eis zichtlengte (10 m¹) (2.126) in parkeergarage (art. 2.92 en 2.93) en 2.94) zowel bi als bu

idem BB 2003

 

 

 

 

klasse 2, T1 en zichtlengte (2,2 m¹)

indien wel van brand gevrijw rookvr vl. route klasse 2, T1 (art. 2.92 en 2.93) en 2.94) en zichtlengte (2,2 m¹) (2.126 lid 4 en 5)

idem BB 2003

 

Interne organisatie en gebruik

 

 

koppelen aan gebruiksvergunningen

voorwaarde > 50 personen tegelijkertijd aanwezig (indien openbaar) of indien beheersbaarheid van brand (suggestie indien toepassing rookbeheerssysteem)

gebruikseisen indien gebruiksvergunningsplichtig zowel op basis van gemeentelijke bouwverordening als brandbeveiligingsverordening. Sturen beide bijlagen 3 + 4 aan

 

 

 

 

eisen aan vermijden van obstakels in vl.r.

 

 

 

 

 

 

duidelijke structuur en oriëntatie

 

 

 

Inzet brandweer

 

 

maximaal blussen van 4 auto’s

BB art 2.186 lid 1 (zie ook toel. art.  2.169): indien niet besloten ruimte: zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt voor het uitvoeren van reddingswerkzaamheden en bluswerkzaamheden

 

 

 

 

 

geen compleet BC in brand

 

 

 

 

 

 

functionele eis: snelle en veilige inzet

max afstand tussen toegang RC en vluchttrappenhuis max 30 meter, zie toelichting

idem 2003

 

 

 

 

verschil in ondergronds en bovengrondse parkeergarages (praktisch & psychologisch)

 

 

 

 

 

 

max loopafstand ivm zoekacties – oriëntatie – beperkt persluchtgebruik

 

 

 

Normatief brandverloop

 

 

0min : ontstaan van brand

15min: overslag naar andere auto + brand wordt ontdekt door personen

30min: max warmteafgifte auto (+ brandweer ter plaatse en water op vuur ?)

45min: zichtlengte aanwezig 30 meter

60min: auto uitgebrand

0min : ontstaan van brand

15min: overslag naar andere auto + brand wordt ontdekt door personen

23min: brandweer ter plaatse

30min: water op t vuur en ontruiming voltooit

60min: brandmeester

standaardbrankromme: Tmax = 1100 °C

idem 2003

 

 

Parkeergebouw, parkeergarage, stallingsruimte = Conform BB 2003 een overige gebruiksfunctie voor t stallen van motorvoertuigen, een gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijf van mensen ondergeschikt is.

 

Definitie parkeergebouw conform Brandveilig gebouw bouwen = een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte blijkens zijn constructie en inrichting is bestemd voor doeleinden van het stallen of parkeren van voertuigen. Dit kan bijvoorbeeld zijn een boven- of ondergrondse parkeergarage e.d. maar ook een remise voor het stallen van voertuigen tbv openbaar vervoer. Dit kan een open of gesloten gebouw zijn.

 

Beheersbaarheid van brand blijft buiten beschouwing in LNB praktijkrichtlijn aangezien er geen sprake zal zijn van een volledig in brand staand brandcompartiment

 

(eigen aant) De inzet brandweer van LNP-praktijkrichtlijn lijkt iets weg te hebben van het begrip ‘binnenaanval’ uit het brandbeveiligingsconcept ‘beheersbaarheid van brand’.

 

Praktijkvoorbeelden:

·         19 juni 1998: proefbrand in parkeergarage ‘Fleerde’ te Amsterdam

·         oktober 2002: brand te Schiphol